menu
menu
Sluiten

Categorieën

Filters

    Contact

    Vul het onderstaande formulier in

    * Verplichte velden

    Veelgestelde vragen

    Je vind ze hieronder:

    1.1 Hoe plant u een vrucht- en laanboom?

    Verwijder gras en/of andere begroeiing ca. 75x75 cm. En voer dit af. Graaf een gat van ca 0,5 m.
    diep, maak de bodem van het gat een steekdiep los. Zorg dat de wortels ruim in het gat passen.
    Plaats nu eerst de boompaal aan de zuid-weste zijde van de boom ca. 20 cm uit het hart van het gat,
    de boom zal nu bij de meest voorkomende windrichting in de boomband hangen, dit voorkomt
    dat de boom langs de paal schuurt. Indien gebruik gemaakt wordt van een boomkorf, dient u twee
    boompalen te plaatsen waar de boom tussen staat.
    Boompalen zijn gemiddeld twee groeiseizoenen nodig, daarna kan de boom in de regel voldoende
    wortels gevormd hebben om zelf recht te blijven.

    Instructies:

    * Bevochtig de wortels
    * Plaats de kant van de boom waaraan de minst ontwikkelde takken zitten op het zuiden.
    * Houd een eventuele entknobbel ca. 5 cm boven de grond, dit om wortelvorming te voorkomen.
    * Gooi mooie grond (evt. potgrond) zonder kluiten in het plantgat tot de wortels zijn bedekt.
    * De boom tijdens het planten wat heen en weer bewegen zodat de grond goed aansluit bij de wortels.
    * Als het plantgat 2/3 gevuld is drukt u de grond licht aan en gooit u er een emmer water bij.
    * Zet de boom zo hoog mogenlijk vast aan de boompaal.
    * Plant bomen nooit dieper dan ze hebben gestaan op de kwekerij!

    1.2 Wat is een struik, een halfstam of hoogstam?

    Noemen we een spil of een struik, de stam is 50 cm hoog 
    en daar vandaan begint de vertakking. De boom kan zelf
    2 tot 3 meter hoog en breed worden dit is afhankelijk van 
    de snoei.

    Noemen we een halfstam, deze stam is 120 cm hoog en 
    daar vandaan begint de vertakking. De boom kan zelf 4 
    tot 5 meter hoog en breed worden ook dit is afhankelijk 
    van de snoei.

    Dit noemen we een hoogstam, deze stam is 180 cm hoog
    en daar vandaan begint de vertakking. De boom zelf kan 
    7 tot 8 meter hoog en breed worden dit is afhankelijk van
    de snoei

    1.3 Hoe snoei je een fruitboom?

    Er bestaat een groot verschil tussen goed- en slecht gesnoeide fruitbomen met betrekking tot de vruchtkwaliteit en de ziektegevoeligheid. Bij de meeste fruitbomen ontstaan de vruchten uit bloemknoppen. De vruchten staan dan vooral op korte twijgjes, de zogenaamde kortloten, en minder op de langloten. Veel kortloten op de boom betekent veel en kleine vruchten. Als we die kleine vruchten in de lente uitdunnen (de helft weghalen) krijg je grotere vruchten.
    Langloten zijn onvruchtbare twijgen en een groot aantal ervan is natuurlijk niet wenselijk. Kortloten worden gevormd bij zwakke groei en langloten bij sterke groei.

    Een hoogstam en halfstam moeten de eerste jaren sterk groeien om snel een kroon te vormen, daarna gaat de boom vruchten maken en mag die niet zo snel meer groeien, zodat hij nieuw vruchthout en voldoende bladeren kan vormen. Er zijn bladeren nodig om de vruchten te voeden en de sapstroom door de boom te trekken. Een zwakkere groei bekomen we door zo weinig mogelijk te snoeien, want snoeien doet groeien! Liever enkele ingrepen groot (dan vele klein).

    Kortom, een snelgroeiende boom maakt weinig bloemknoppen: een rijk bloeiende en vruchtdragende boom groeit bijna niet meer.

    Dan volgt de ouderdomsfase bij achterstallig onderhoud van de boom. Ondanks de snoei zal de boom nog weinig groeien. De boom krijgt minder vruchten en begint af te takelen: Zware takken breken af en de boom begint te rotten.
    De stand van de tak is voor de vrucht van belang: Verticale takken groeien veel en bloeien weinig. Bij horizontale takken is het net omgekeerd. Dit kan voorkomen worden door eenjarige steile takken horizontaal uit te buigen, zodat ze het volgende jaar bloeien. Appel- en perenbomen kunnen gesnoeid worden vanaf december tot maart. Zwakke groeiers snoeit men het eerst (in januari), omdat vroeg snoeien de groei bevordert: sterke groeiers snoeit men in maart, omdat laat snoeien de groei afremt.
    Steenvruchten zoals kersen-, perziken- en pruimenbomen worden veel minder gesnoeid. Het beste tijdstip om deze te snoeien is na de pluk in de late zomer of rond de bloei in het voorjaar. Hetzelfde geldt voor het meeste kleinfruit. Een fruitboom wordt doorgaans gesnoeid, omdat het licht alle delen van de boom zou bestralen. Zon laat de vruchten rijpen; zon en wind drogen snel de natte bladeren. Tevens zal de boom gezond blijven, omdat schimmelsporen minder kans krijgen om te ontkiemen. Een goede snoei verlengt ten slotte de levensduur van de boom.

    Inzicht in de onderdelen van een fruitboom bevordert de kennis van het begrip snoei.

    De stam: de lengte bij een halfstam bedraagt ca. 125 cm; bij een hoogstam ca. 200 cm.
    De harttak: een dominerende en stevige die liefst vanuit de stam zo verticaal mogelijk groeit.
    De gesteltakken: staan schuin op de harttak, liefst onder een hoek van 30 graden.
    De vruchttakken: staan links en rechts op de verschillende gesteltakken; ze groeien ook onder een hoek van 30 graden en zoveel mogelijk weg van de gesteltakken, omdat ze anders met deze laatste concurreren; de bovenste groeien te sterk en de onderste te verwijderen; bij de korte snoei bedraagt de afstand tussen elke vruchttak ca. 20 cm; bij de lange snoei ca. 50 cm. De verlengenis: een stevige eenjarige twijg, die op het uiteinde van een gesteltak, de stam en/of de harttak staat; in de onmiddelijke omgeving ervan bevindt zich meestal een sterke twijg die een concurrent genoemd wordt.

    1.4 Wat betekent het als er bij een boom Dr.kl. achter staat?

    Dat betekent dat u de boom koopt met een draadkluit, dat is een kluit grond waar de wortels van de boom in zitten, hij is daarin al gegroeid en waardoor hij beter aanslaat.

    1.5 Wat wordt er bedoeld met cont.?

    Dit betekent dat de boom in container (pot) staat.
     

    1.6 Wat betekent 8/10 of 10/12 of 12/14?

    De bomen worden verkocht in een maat uitgedrukt in centimeter stamomtrek; gaan wij uit van de maat  8-10, dan wil dit zeggen, als u 100 cm boven het grond oppervlakte meet, moet de stam omtrek tussen de 8 tot 10 cm zijn, en bij 10-12 moet dit tussen de 10 en 12 cm zijn. De maten 8-10, 10-12, 12-14 en 14-16 cm zijn maten waarvan de meeste bomen worden verkocht.

    1.7 Kunt u een boom verkeerd planten?

    Ja, te diep planten is het meest voorkomende probleem. De wortels krijgen hierdoor te weinig zuurstof en sterven af, waardoor de meeste bomen het niet redden. Dit kan zich zelfs pas na enkele jaren openbaren.

    Belangrijk bij het planten: Gebruik nooit mest of bemeste tuinaarde in het plantgat, maar altijd potgrond, zet altijd een boompaal bij u boom, hierdoor kan hij niet scheef waaien waardoor de nieuw gevormde wortels kunnen afbreken.


    Hiernaast ziet u een voorbeeld van een veel te diep geplante boom, waardoor deze geen kans heeft gehad om aan te groeien. Het rode pijltje geeft de goede plantdiepte aan.

    1.8 Waarom gebruik je een rubber band aan een boompaal?

    Een boom heeft goede verzorging nodig. Bij het planten (en vastzetten) van jonge bomen dient men
    hier dus ook heel goed rekening mee te houden. Het vastzetten en ondersteunen van de boom met gordelband of soortgelijk materiaal raden wij af.

    Gezien de optredende verharding door weersinvloeden, dit in het bijzonder tijdens een vorstperiode, waardoor de randen van dit materiaal uitermate scherp kunnen worden. Na verloop van een relatief korte periode is het bovendien noodzakelijk de banden opnieuw te spannen, aangezien dit band de eigenschap heeft te verslappen. Ook groenaanslag komt veelvuldig voor op het nylonband en vanuit esthetisch oogpunt is dit zeker geen succes. Gebruik liever een zachte, maar sterke band om de stam te beschermen en dan met name een rubber band.

     

    De band:

    - Rot en schimmelt niet, is schoner, soepeler en makkelijker te verwerken.

    - De sterke weefsels zijn bekleed met een zachte materiaalsoort waardoor de stam van de boom geen schade ondervindt!

    Meest gestelde vragen & tips

    Zit u met bepaalde vragen, of heeft u een idee waar u niet helemaal uit komt? Bekijk dan hieronder enkele tips/antwoorden op veel gestelde vragen, van bramen, frambozen, bosbessen, fruitbomen en nog veel meer. Of kom gerust langs om uw vraag te stellen. Onze medewerkers van groencentrum de Batterijen staan graag voor u klaar.

    Product

    Omschrijving

    Bessen

    Hier treft u alle plant en snoei informatie van rode en witte bessen.Lees meer

    Bosbessen

    Hier treft u alle informatie over de verschillende bosbessen en diverse planttips.Lees meer

    Kruisbessen en jostabessen

    Hier vindt u informatie over het snoeien van kruisbessen en jostabessen.Lees meer

    Perzik, nectarine en abrikoos

    Hier vindt u alle informatie over het telen van perziken, nectarines en abrikozen.Lees meer

    Frambozen

    Hier treft u alle informatie over het snoeien van zomerframbozen en herfstframbozen.Lees meer

    Bramen

    Hier treft u alle informatie omtrent het snoeien van bramen.Lees meer

    Moerbei

    Hier treft u alle benodigde informatie over de moerbei.Lees meer

    Mispels

    Hier vindt u alle informatie over, een van de ouste gekweekte vruchtsoorten, de mispel.Lees meer

    Kweeperen

    Hier treft u alle informatie over de kweeperen.Lees meer

    Druiven en kiwi's

    Hier treft u informatie over het snoeien en planten van druiven en kiwi's.Lees meer

    Plantinstructies

    Hier treft u plantinstructies voor vrucht- en laanbomen.Lees meer

    Snoeitips

    Hier treft u alle snoeitips van appel- en perenbomen en pruimen en kersen.Lees meer
    Vergelijk 0

    Voeg nog een product toe (max. 5)

    Start vergelijking

    Door het gebruiken van onze website, ga je akkoord met het gebruik van cookies om onze website te verbeteren. Dit bericht verbergenMeer over cookies »