Fruitbomen

In onze webshop vind u alle fruitbomen met foto's en beschrijvingen of kom langs bij ons groencentrum !

Fruitbomen zijn er in vele maten en soorten. Zo zijn er laagstamfruitbomen, halfstamfruitbomen, hoogstamfruitbomen, karakterbomen, leifruitbomen in diverse maten. Ook in de soorten van fruitbomen is er een ruime keuze. Voordat u een fruitboom gaat aanschaffen en planten is het verstandig om rekening te houden met de ruimte die u in de tuin heeft en of u een appelboom, perenboom, pruimenboom, kersenboom of een ander soort fruitboom wilt. Elk fruitsoort en maat heeft zijn eigen grootte en kroondiameter. Zo groeit een appelboom meer breeduit, terwijl een perenboom een veel slankere groeivorm heeft. Ook is het aantal van belang. Hebt u maar ruimte voor één fruitboom is het verstandig om een zelfbestuivende fruitboom te kiezen. Deze fruitbomen hebben geen ander soort nodig om vrucht te kunnen dragen. Hebt u ruimte voor meerdere fruitbomen is het verstandiger om voor verschillende fruitsoorten te kiezen die elkaar bestuiven. Dit zorgt voor een verbeterde bestuiving en ook vruchtzetting.Daarnaast is de grondsoort ook van belang. Zo is op voedselrijke en vochtige grond de groei van de fruitboom veel sterker en is een ruimere plantafstand aan te raden. Op zware klei- en leemgronden is de groei meestal sterker dan op een lichte zandgrond.
Fruitbomen met kale wortel kunt u, afhankelijk van het weer, van half oktober tot half april planten. Bij nattere gronden wordt aangeraden om de fruitboom na de winter in februari en maart te planten. Wel geldt bij het aanplanten van fruitbomen: hoe eerder de fruitboom in het seizoen geplant wordt deze in de winterperiode meer haarwortels kan vormen. Dit bevordert de hergroei van de fruitboom in het volgende groeiseizoen. Fruitbomen in pot (cont.) kunnen het gehele jaar geplant worden mits er voldoende water gegeven wordt.

Het planten van fruitbomen

*Verwijder gras en/of andere begroeiing circa 75 bij 75 centimeter en voer dit af. Graaf een gat van ongeveer een halve meter diep en maak de bodem van het plantgat een steekdiep los. Zorg dat de wortels van de fruitboom ruim in het plantgat passen.

*Plaats nu eerst de boompaal aan de zuid-west zijde van de fruitboom ongeveer 20 centimeter uit het hart van het plantgat. De fruitboom zal nu bij de meest voorkomende windrichting in de boomband hangen, dit voorkomt dat de fruitboom langs de paal schuurt. Indien gebruik gemaakt wordt van een boomkorf, dient u twee boompalen te plaatsen waar de fruitboom tussen staat. Boompalen zijn gemiddeld twee groeiseizoenen nodig, daarna heeft de fruitboom in de regel voldoende wortels gevormd om zelf recht te blijven.

*Voordat u de fruitboom in het plangat zet moet u eerst lichtjes de wortels bevochtigen. Dan draait u de fruitboom zodanig dat de minst ontwikkelde takken op het zuiden gericht zijn. Hierdoor kan de kroon zich aan deze kant ook beter ontwikkelen.

*Plant de fruitboom nooit dieper dan deze op de kwekerij ook heeft gestaan! Om een fruitboom goed vast te zetten kunt u beter een boompaal gebruiken dan de boom dieper te zetten. Zet u de boom te diep krijgen de wortels te weinig lucht en gaat de fruitboom dood.

*Voeg tijdens het planten potgrond toe in het plantgat of meng bodemverbeteraar (Vivimus) met de bestaande grond. De wortels van de fruitbomen moeten vrij en gespreid liggen, deze moeten niet worden geknikt. Tijdens het toevoegen van de grond moet u de fruitboom wat heen en weer bewegen zodat de grond goed aansluit bij de wortels. Dit voorkomt holle ruimtes in de bodem. Bij het aanvullen van het plantgat de grond lichtjes aandrukken en een gieter water met een broeskop erbij gieten.

*Na het toevoegen van de grond moet u de fruitboom vastzetten aan de boompalen met boomband. Deze boomband maakt u vast in de vorm van een liggende acht zodat de fruitboom niet tegen de boompaal kan schuren. Zet de boomband niet te strak om de fruitbomen zodat deze nog voldoende bewegingsruimte hebben. Blijf de boomband wel controleren dat deze niet ingroeit in de stam of dat de boomband te los om de fruitboom komt te staan. Na 2 tot 4 jaar, als de fruitboom voldoende dik is geworden, mag de boompaal worden verwijderd. Er is dan voldoende wortel gevormd en kan de fruitboom uit zichzelf blijven staan.

*Als laatste zet u een eventuele boomkorf om boomkoker om de fruitboom. Dit beschermt de stam tegen vraat van konijn of schapen.

 

Onderhoud van fruitbomen

Het onderhoud van fruitbomen is zeer belangrijk voor de vitaliteit en vruchtzetting. Na het aanplanten van fruitbomen is het goed om de conditie van de boom in de gaten te houden. Bij een droogteperiode is het beter om een keer een grote hoeveelheid water te geven dan dagelijks kleine hoeveelheden. Door steeds een klein beetje te geven blijven de wortels oppervlakkig en zullen toekomstige droogtes grotere problemen geven. Na verloop van tijd is het verstandig om de fruitboom geen water meer te geven zodat de boom zelf het water uit de bodem kan halen.

Fruitbomen houden van een voedingsrijke bodem. Dit zorgt voor een goede vitaliteit van de boom waardoor er een goede vruchtzetting kan plaatsvinden. De fruitboom ieder jaar bemesten met de meststof voor fruit en kleinfruit. Ook is het belangrijk om een voldoende hoge kalkwaard in de bodem te hebben. Door een te lage waarde kan de fruitboom niet voldoende voeding opnemen.

Het snoeien van een fruitboom is een belangrijk onderhoudsaspect. Door takken weg te snoeien blijft een open transparante kroon waarin vitale, sterke vruchttakken zijn. Vindt meer informatie over snoeien via onze tips.